Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 14 april 2015 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats], eiser
de burgemeester van de gemeente Utrecht, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
nietdat is waargenomen dat [zoon] vanuit de woning kleine hoeveelheden cocaïne naar de auto bracht van waaruit hij deze cocaïne verkocht, zoals in de conclusie van de bestuurlijke rapportage, en door verweerder in het bestreden besluit, wordt gesuggereerd. De stelling van verweerder ter zitting dat de woning het beginpunt vormde van de handel in cocaïne omdat de drugs in de woning werden bewaard en in de woning werden afgewogen, vindt evenmin steun in de bestuurlijke rapportage. Het betoog van verweerder ter zitting dat de drugs wel in de woning moeten zijn afgewogen omdat het lastig is om drugs af te wegen in een auto, is onvoldoende voor een andersluidend oordeel. Met de stelling in het bestreden besluit dat [naam] geen aannemelijke verklaring heeft kunnen geven voor het aangetroffen contante geld in haar tas en het geld vermoedelijk afkomstig is uit cocaïnehandel, heeft verweerder voorts onvoldoende rekening gehouden met het feit dat het Openbaar Ministerie dit geld niet in beslag heeft genomen omdat aannemelijk is bevonden dat het spaargeld betrof. Dat volgens verweerder in de woning luxegoederen zijn aangetroffen die vermoedelijk afkomstig zijn uit drugshandel omdat er geen corresponderend legaal inkomen tegenover staat, geeft verder onvoldoende blijk van de omstandigheid dat het volgens de bestuurlijke rapportage om goederen gaat, namelijk gegevensdragers (waaronder een laptop), die niet zijn gekwalificeerd als luxe. Voor zover verweerder doelt op het aangetroffen inbouwnavigatiesysteem blijkt uit de bestuurlijke rapportage dat dit uit diefstal afkomstig is. Eiser heeft wat betreft de aangetroffen goederen voorts onbetwist opgemerkt dat zijn meerderjarige kinderen een legaal inkomen hebben en een financiële bijdrage leveren aan het huishoudgeld van eiser. Bij gebrek aan onderbouwing kan de stelling van verweerder dat de aangetroffen goederen in de woning afkomstig zouden zijn uit drugshandel omdat er geen inkomen tegenover staat, dan ook niet zonder meer worden gevolgd.