Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
kantonrechter
locatie Almere
[verweerster] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verweerster,
gemachtigde mr. B.C.L. Kanen.
1.De procedure
2.De feiten2.1. [verzoeker] , geboren op [1956] , is op 15 november 2012 in dienst getreden bij [verweerster] en was daar werkzaam als Head of IT. Het laatstelijk verdiende salaris van [verzoeker] bedroeg € 7.793,21 bruto per maand, exclusief vakantietoeslag en emolumenten.
3.Het verzoek van [verzoeker]
4.Het verweer van [verweerster]
5.De beoordeling
26 weken bezien, arbeidsplaatsen noodzakelijkerwijs vervallen als gevolg van het wegens bedrijfseconomische omstandigheden treffen van maatregelen voor een doelmatige bedrijfsvoering. De bepaling is uitgewerkt in de op lid 5 van artikel 7:669 BW Pro gebaseerde Ontslagregeling (Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van
23 april 2015, Staatscourant 2015, 12685). Nu niet volstaan kan worden met een beoordeling of UWV tot een juist oordeel is gekomen, zal de kantonrechter vol toetsen of de beslissing van de werkgever noodzakelijk is in het belang van een doelmatige bedrijfsvoering en of mogelijkheden tot herplaatsing in een andere passende functie binnen een redelijke termijn ontbreken. Daarbij zal de kantonrechter zich houden aan dezelfde criteria als die voor UWV gelden (Kamerstukken II 2013/14 33818, 3, p.31).