ECLI:NL:RBMNE:2017:2221
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- S.C. Hagedoorn
- K.J. Veenstra
- N.M. Spelt
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek tegen kantonrechter in VvE-ontbindingszaak
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter die de hoofdzaak behandelde betreffende het verzoek tot ontbinding van de Vereniging van Eigenaren (VvE). Het wrakingsverzoek betrof vermeende onvolledige processtukken en twijfel over de onpartijdigheid van de rechter.
De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld en vastgesteld dat het wrakingsverzoek niet tijdig was ingediend. De feiten waarop het verzoek was gebaseerd, waren tijdens de zitting van 7 maart 2017 bekend, maar het verzoek werd pas op 15 maart 2017 ingediend, wat niet voldoet aan de vereisten van artikel 37 Rv Pro.
De kamer oordeelde dat hoewel een wrakingsverzoek in elke fase van het geding kan worden ingediend, dit steeds moet gebeuren zodra de feiten en omstandigheden bekend zijn. Verzoeker had dus eerder moeten reageren.
Daarom werd het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard en werd bepaald dat de procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was op het moment van schorsing vanwege het wrakingsverzoek.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening, waardoor de hoofdprocedure wordt voortgezet.