Noorderbreedte B.V. stelde een voormalig bestuurder, die op non-actief was gesteld, aansprakelijk voor terugbetaling van loon en emolumenten die tijdens de non-activiteit waren doorbetaald. De bestuurder was volgens een CIBG-onderzoek aan te merken als topfunctionaris in de zin van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). Noorderbreedte betoogde dat de doorbetaling in strijd was met de WNT en dat het loon onverschuldigd was betaald.
De kantonrechter stelde vast dat de bestuurder door de interim-bestuurder op non-actief was gesteld en dat partijen een vaststellingsovereenkomst hadden gesloten waarin een beëindigingsvergoeding was overeengekomen. De kantonrechter bevestigde dat de WNT van toepassing was op de bestuurder en dat het loon tijdens non-activiteit volgens de wet als een uitkering wegens beëindiging van het dienstverband moet worden aangemerkt.
De kernvraag was of de overgangsregeling van artikel 7.3 lid 6 WNT ook van toepassing was op het loon tijdens de non-activiteit. De kantonrechter oordeelde dat het beding in de arbeidsovereenkomst dat doorbetaling tijdens non-activiteit regelt, onder deze overgangsregeling valt, omdat het voor de inwerkingtreding van de WNT was overeengekomen. De vordering tot terugbetaling werd daarom afgewezen.
Ten aanzien van de vergoeding van kosten rechtsbijstand oordeelde de kantonrechter dat deze niet als uitkering onder de WNT valt, tenzij sprake is van misbruik, hetgeen niet was gebleken. De kantonrechter veroordeelde Noorderbreedte tot betaling van de proceskosten.