Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 23 mei 2017 in de zaken tussen
[eiseres] B.V., te [vestigingsplaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
;
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres betwistte de WOZ-waarden van haar recreatieterrein voor de belastingjaren 2012 tot en met 2015 en voerde aan dat de waarden te hoog waren vastgesteld. Daarnaast stelde zij dat ten onrechte gebruikersbelasting werd geheven omdat het terrein in hoofdzaak tot woning zou dienen, waardoor de woondelenvrijstelling van toepassing zou zijn.
De rechtbank stelde vast dat het recreatieterrein uit 96 kavels bestaat, waarvan een deel bebouwd is. Verweerder handhaafde aanvankelijk de WOZ-waarden, maar concludeerde in beroep dat de waarden voor 2012, 2014 en 2015 te hoog waren. Eiseres stemde hiermee in. De rechtbank oordeelde dat de WOZ-waarden voor deze jaren verlaagd moesten worden.
Ten aanzien van de gebruikersheffing overwoog de rechtbank dat minder dan 70% van de waarde van het terrein aan woondoeleinden toerekenbaar is, zodat het terrein niet in hoofdzaak tot woning dient. De tien kavels met aansluitingen voor voorzieningen werden niet als woondelen aangemerkt omdat er geen bouwactiviteiten of onvoltooide woningen aanwezig zijn. Hierdoor faalde het beroep tegen de gebruikersheffing.
De rechtbank vernietigde de bestreden uitspraken op bezwaar, stelde zelf de WOZ-waarden voor de jaren 2012, 2014 en 2015 vast, en verlaagde de heffingsgrondslag voor de gebruikersbelasting. Tevens veroordeelde zij verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De rechtbank verlaagt de WOZ-waarden voor 2012, 2014 en 2015 en wijst het beroep tegen de gebruikersheffing af vanwege onvoldoende woondelenvrijstelling.