Eiser ontving een WIA-uitkering vanaf mei 2010 wegens volledige arbeidsongeschiktheid. Uit onderzoek bleek dat hij naast deze uitkering inkomsten genoot uit een persoonsgebonden budget (pgb) voor zorg aan zijn dochter, welke hij niet had gemeld aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). Verweerder herzag de uitkering en vorderde het te veel ontvangen bedrag terug, wat eiser betwistte.
De rechtbank oordeelde dat eiser zijn inlichtingenplicht had geschonden omdat het hem redelijkerwijs duidelijk had moeten zijn dat de pgb-inkomsten invloed hadden op zijn uitkering. Het beroep op gerechtvaardigde verwachtingen en het vertrouwensbeginsel faalde, mede omdat de arbeidsdeskundigen geen melding maakten van deze inkomsten en eiser onvoldoende informatie had verstrekt.
Verder werd geoordeeld dat herziening met terugwerkende kracht gerechtvaardigd was en niet in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. Ook was er geen sprake van dringende redenen om van terugvordering af te zien. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard.