ECLI:NL:CRVB:2016:2097
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering WIA-uitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving vanaf 15 maart 2010 een WIA-uitkering. Naar aanleiding van een melding over betrokkenheid bij een hennepkwekerij startte het UWV een onderzoek, waaruit bleek dat appellant als zelfstandig adviseur in woningbemiddeling werkzaamheden verrichtte en inkomsten verwierf. Ondanks herhaalde verzoeken verstrekte appellant geen administratie of nadere informatie, wat leidde tot het vermoeden van schending van de inlichtingenverplichting.
Het UWV schortte de uitkering op en trok deze met terugwerkende kracht in, met terugvordering van €83.012,87. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht het recht op uitkering niet kon vaststellen wegens het ontbreken van informatie.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt dat hij niet werkte vanwege ziekte en dat zijn eerdere verklaringen onder druk waren afgelegd. De Raad oordeelde dat het UWV terecht heeft gehandeld op basis van de verklaringen en onderzoeksresultaten, en dat appellant onvoldoende heeft onderbouwd dat hij niet kon werken. De schending van de inlichtingenverplichting rechtvaardigt de intrekking en terugvordering. Dringende redenen om hiervan af te zien zijn niet gebleken.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de WIA-uitkering wegens schending van de inlichtingenverplichting.