Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 2 november 2017 in de zaak tussen
gemeente Amersfoort(gemachtigde: mr. drs. [A] )
Rechtbank Midden-Nederland
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van 3 september 2015 waarbij de omgevingsvergunning voor het wijzigen van het profiel van een weg bij een rotonde in Amersfoort werd bevestigd. De rechtbank oordeelde in een tussenuitspraak dat het bestreden besluit in strijd was met artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, maar gaf verweerder de mogelijkheid het gebrek te herstellen.
Verweerder nam daarop een nieuw besluit op 20 juni 2017, waarbij het bezwaar van eisers deels werd gehonoreerd en een nieuwe omgevingsvergunning werd verleend. Eisers brachten een schriftelijke zienswijze in en trokken een deel van hun beroep in. De rechtbank behandelde het beroep tegen het herstelbesluit en concludeerde dat verweerder terecht gebruik heeft gemaakt van zijn discretionaire bevoegdheid om af te wijken van het bestemmingsplan.
De rechtbank oordeelde dat de geringe wijziging van circa 45 m² een planologisch relevante wijziging is, maar dat deze inbreuk niet onevenredig is. Ook werd geoordeeld dat de ruimtelijke onderbouwing toereikend was, dat geen verklaring van geen bedenkingen vereist was en dat het akoestisch en verkeersveiligheidsonderzoek voldoende was. Eisers' overige bezwaren, waaronder strijd met rechtszekerheid en verslechtering woon- en leefklimaat, werden verworpen.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het beroep werd ongegrond verklaard, waarmee het herstelbesluit werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het beroep tegen het herstelbesluit van 20 juni 2017 wordt ongegrond verklaard en het besluit wordt bekrachtigd.