Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 23 november 2017 in de zaak tussen
dr. [eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Afbakening van het geschil
De beoordeling van de beroepsgronden
uitgangspositie zat, maar dat geeft geen zekerheid over de uiteindelijke afloop.
Als al voor de tweede periode zou moeten worden geconcludeerd dat er vanaf de Afdelingsuitspraak een betalingsverplichting bestond, wat verweerder gemotiveerd heeft betwist, dan kan in ieder geval niet worden geconcludeerd dat het uitblijven van een betaling verweerder kan worden verweten. Het is immers eiser zelf geweest die in eerste instantie na de uitspraak van de ABRvS voor de startdatum van 1 september 2016 heeft gekozen. De stelling dat eiser tijd nodig had om zijn onderzoeksvoorstel aan te passen en daarom niet eerder dan 1 september 2016 met zijn onderzoek kon beginnen, komt de rechtbank merkwaardig voor. Gebleken is immers dat eiser vijf werkdagen nodig heeft gehad om zijn onderzoeksvoorstel aan te passen, zodat niet valt in te zien dat eiser voor die relatief beperkte tijdsinspanning vanaf 4 november 2015 niet eerder tijd heeft kunnen vrijmaken.
Voor de derde periode geldt dat als al zou moeten worden geconcludeerd dat er vanaf 1 september 2016 een betalingsverplichting bestond, wat verweerder zoals gezegd gemotiveerd heeft betwist, de rechtbank eiser niet volgt in zijn betoog dat de opgelopen vertraging, die volgens eiser ontstaan is omdat hij niet tijdig op de hoogte is geraakt van het primaire besluit, hij de benodigde zogenoemde startformulieren niet had ontvangen en hij zich daarom al had gecommitteerd aan onderwijstaken vanaf 1 september 2016, verweerder is aan te rekenen. Ter zitting is namelijk gebleken dat eiser al voor de zomervakantie, begin juni 2016, bij de RUG een wijziging in zijn aanstelling moest doorgeven. Niet valt gelet hierop in te zien waarom eiser tot eind juni heeft gewacht met het indienen van een gewijzigd onderzoeksvoorstel. Dat verweerder volgens eiser niet zou hebben gereageerd op zijn verzoek om een deadline te geven voor het indienen van het gewijzigde onderzoeksvoorstel is geen argument om hier anders over te oordelen. Verweerder had adequater kunnen reageren op de brieven van eiser, maar eiser was op dat moment zelf aan zet om een gewijzigd onderzoeksvoorstel te doen en daarbij rekening te houden met een redelijke termijn voor de daarna noodzakelijke besluitvorming. De noodzaak het onderzoek uiteindelijk door te schuiven naar 1 januari 2017 wordt vooral veroorzaakt door eisers late indiening van het gewijzigde voorstel. Ook het aangaan van onderwijsverplichtingen is de eigen verantwoordelijkheid van eiser en kan verweerder niet worden aangerekend. Dat eiser stelt de zogenoemde starformulieren niet tijdig te hebben ontvangen, leidt niet tot een andere conclusie. Ter zitting heeft verweerder namelijk toegelicht dat die startformulieren niet in de weg hadden gestaan aan de start van eisers onderzoek per 1 september 2016. Tot slot volgt de rechtbank verweerder in het standpunt dat verweerder mocht uitgaan van het opgegeven adres bij de RUG. Los van het feit dat de subsidie uiteindelijk wordt gestort op de rekening van de kennisinstelling en het daarom in de rede ligt dergelijke besluiten aan de kennisinstelling te sturen, heeft eiser dit adres op zijn aanvraag vermeld en nadien geen adreswijziging doorgegeven. Het is de eigen verantwoordelijkheid van eiser om gedurende een lopende besluitvormingsprocedure over zijn subsidieaanvraag ervoor te zorgen dat hij op de hoogte is van de aan dat adres verzonden post. Dat eiser ook op andere wijze, per e-mail of op zijn privéadres, met verweerder communiceerde, schept niet het recht alle correspondentie via die weg te ontvangen.