De zaak betreft een geschil tussen een werknemer en twee zusterbedrijven over het ontstaan van een arbeidsovereenkomst en de gevolgen van het afbreken van onderhandelingen. De werknemer had meerdere arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd bij de bedrijven en stelde dat zij vanaf juni 2016 in dienst was voor onbepaalde tijd met een afgesproken salaris. De werkgever betwistte dat er overeenstemming was bereikt en stelde dat de onderhandelingen waren afgebroken vanwege arbeidsongeschiktheid van de werknemer.
De kantonrechter oordeelde dat geen overeenstemming was bereikt over de arbeidsovereenkomst omdat het aanbod niet was aanvaard. Wel was sprake van een vergevorderd stadium van onderhandelingen waarbij de werkgever onredelijk heeft gehandeld door de onderhandelingen af te breken. Dit was onrechtmatig omdat de werknemer erop mocht vertrouwen dat het aanbod stand zou houden.
De kantonrechter veroordeelde de werkgever tot betaling van een schadevergoeding van €27.500 bruto, gebaseerd op het gemiste salaris over de periode van arbeidsongeschiktheid en een redelijke periode om ander werk te zoeken. De vorderingen tegen het andere zusterbedrijf werden afgewezen. De proceskosten werden grotendeels aan de werkgever opgelegd.