Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding,
- de mondelinge behandeling,
- de pleitnota van [eiser] ,
- de pleitnota van ABN AMRO.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
816,00
Rechtbank Midden-Nederland
In deze kortgedingprocedure vordert eiser opheffing van het loonbeslag dat ABN AMRO heeft gelegd ter inning van een restschuld na verkoop van een woning. Eiser stelt dat de grosse van de hypotheekakte geen executoriale titel oplevert voor de restschuld en dat ABN AMRO misbruik maakt van haar executierecht.
De rechtbank beoordeelt of de hypotheekakte van 16 april 2007 als geldige executoriale titel kan dienen. Hierbij wordt het arrest Rabobank/Visser van de Hoge Raad uit 1992 en het arrest van 2013 betrokken. De rechtbank concludeert dat de akte voldoet aan de vereisten, omdat zij de weg aangeeft waarlangs het verschuldigde bedrag kan worden vastgesteld en verwijst naar toepasselijke Algemene Voorwaarden.
Verder oordeelt de rechtbank dat ABN AMRO geen misbruik maakt van haar executierecht. De beslagvrije voet is in acht genomen en er is geen sprake van een financiële noodtoestand bij eiser. Ook een belangenafweging leidt niet tot opheffing van het beslag. De vorderingen van eiser worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en bevestigt de geldigheid van de hypotheekakte als executoriale titel.