Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 april 2018 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
het College van Bestuur van de Universiteit [plaatsnaam] , verweerder
Procesverloop
Overwegingen
opeen eventuele WW-BWNU uitkering
ter hoogte van20% van zijn huidige maandelijkse inkomen’ (onderstreping door de rechtbank). Uit de letterlijke bewoordingen van artikel 7 van Pro de VSO kan naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet worden afgeleid dat is afgesproken dat de loonsuppletie met een (eventuele) WW/BWNU‑uitkering wordt verrekend. Het gebruik van de woorden ‘op’ en ‘ter hoogte van’ biedt immers steun aan eisers standpunt dat met artikel 7 van Pro de VSO niet is bedoeld dat de loonsuppletie wordt verrekend met een (eventuele) WW/BWNU. De overige stukken, waaronder de concept VSO’s van 10 april 2012 en 16 april 2012, bieden evenmin aanknopingspunten dat – in weerwil van de letterlijke bewoordingen van artikel 7 van Pro de VSO – moet worden aangenomen dat met artikel 7 van Pro de VSO is beoogd om de hoogte van de loonsuppletie te koppelen aan een (eventuele) WW/BWNU-uitkering en daarmee te verrekenen. In de brief van [B] van 21 juli 2016 wordt deze koppeling wel genoemd maar in deze brief evenmin vermeld dat de loonsuppletie zal worden verrekend met de WW/BWNU-uitkering. Eiser heeft in beroep gesteld dat hij de in de brief genoemde koppeling heeft uitgelegd als zijnde het benodigde bewijs dat voor het verkrijgen van de loonsuppletie vereist was dat hem geen verwijt kon worden gemaakt van het ontslag bij de TU/ […] .
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover daarbij het bezwaar tegen het primaire besluit ongegrond is verklaard;
- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van 14 juli 2017 met inachtneming van deze uitspraak;
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover daarbij het bezwaar tegen de brief van 19 juli 2017 ongegrond is verklaard;
- verklaart het bezwaar van 30 augustus 2017 niet-ontvankelijk;