Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
- 2009: € 2.785,75 bruto
- 2010: € 1.086,44 bruto
- 2011: € 2.601,36 bruto
- 2012: € 3.919,58 bruto
- 2013: € 7.721,26 bruto
- 2014: € 9.790,77 bruto
- 2015: € 6.920,64 bruto.
Rechtbank Midden-Nederland
Werknemer, in dienst sinds 2009 bij EBN B.V., vordert een aanvullende betaling van transitievergoeding, achterstallig vakantieloon en compensatie voor niet opgebouwde bovenwettelijke vakantiedagen tijdens ziekte. De werknemer stelt dat bij de berekening van het vakantieloon onvoldoende rekening is gehouden met de gemiddelde bonus en het werkgeversdeel van de pensioenpremie.
De rechtbank stelt vast dat de werknemer recht heeft op een correctie van de transitievergoeding en vakantieloon, waarbij een gemiddelde bonus over een referteperiode van vijf jaar wordt gehanteerd. De vordering met betrekking tot het werkgeversdeel van de pensioenpremie wordt afgewezen, omdat onvoldoende is gesteld dat de pensioenopbouw door de uitbetaling van vakantiedagen is geschaad.
Daarnaast wordt geoordeeld dat de inhouding van vakantiedagen in juli en augustus 2017 onterecht was en dient deze alsnog te worden uitbetaald. De vordering tot betaling van niet opgebouwde bovenwettelijke vakantiedagen tijdens ziekte wordt afgewezen, omdat de werknemer de gewijzigde regeling in 2013 zonder voorbehoud heeft geaccepteerd.
De wettelijke verhoging wordt gematigd tot 15% en de wettelijke rente wordt toegewezen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: EBN wordt veroordeeld tot betaling van correcties op transitievergoeding en vakantieloon inclusief bonus, maar niet het werkgeversdeel pensioenpremie.