ECLI:NL:RBMNE:2018:2516
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete opgelegd wegens niet tijdige betaling minimumloon aan werknemers
Eiser kreeg een boete van €3.600 opgelegd door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid omdat hij zijn twee werknemers niet het toepasselijke minimumloon tijdig had betaald, wat een overtreding is van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml).
De rechtbank oordeelde dat de constatering van de overtreding op 25 juli 2016 terecht was, ondanks dat eiser later alsnog het loon heeft betaald. Het feit dat op 11 maart 2016 nog geen sprake was van verzuim en dat eiser van plan was te betalen, deed hieraan niet af.
Eiser stelde dat het te laat uitbetalen van loon niet strafbaar is volgens de Wml, maar de rechtbank verwierp dit en stelde dat de civielrechtelijke termijnen voor loonbetaling van toepassing zijn. De rechtbank concludeerde dat de boete terecht is opgelegd en dat het beroep ongegrond is.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de boete wegens niet tijdige betaling van het minimumloon.