ECLI:NL:RVS:2017:2907
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging bestuurlijke boete wegens niet tijdige loonbetaling onder Wmm
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan een uitzendbureau een bestuurlijke boete van €75.000 op wegens 25 overtredingen van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wmm), omdat 25 werknemers geen tijdige loonbetaling ontvingen. De rechtbank verklaarde het beroep van het uitzendbureau gegrond en herroept het boetebesluit, stellende dat de Wmm geen voorschriften bevat over het tijdstip van loonbetaling en dat de minister niet bevoegd was om een boete op te leggen voor vertraagde betaling.
De minister stelde in hoger beroep dat de Wmm wel degelijk voorschrijft dat het minimumloon tijdig moet worden betaald, verwijzend naar bepalingen over uitbetalingstermijnen en de wetsgeschiedenis. De Raad van State oordeelt echter dat het tijdstip van loonbetaling niet in de Wmm is geregeld en dat het betrekken van civielrechtelijke termijnen voor loonbetaling bij de uitleg van de Wmm in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel.
De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank dat de minister niet bevoegd was om de boete op te leggen. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betalen van griffierecht. Hiermee blijft de bestuurlijke boete van €75.000 komen te vervallen.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €75.000 wegens niet tijdige loonbetaling wordt vernietigd en het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard.