Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 25 juni 2018 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
aanvulling door rechtbank) in contact is gekomen met eiseres, omdat zij een hulp in de huishouding zocht. Eiseres is twee jaar geleden komen helpen in de huishouding en is op verschillende dagen werkzaam bij mevrouw [getuige 5] . Vroeger kwam eiseres twee ochtenden in de week en dat is uiteindelijk één hele dag geworden. Eiseres komt meestal op dinsdag. Mevrouw [getuige 5] betaalt eiseres € 15,- per uur. Als eiseres oppast, betaalt zij eiseres iets minder. Ze denkt dat eiseres gemiddeld € 400,- per maand verdient. Eiseres heeft mevrouw [getuige 5] verteld dat zij de verdiensten bij [voornaam van getuige 4] ( [getuige 4] ,
aanvulling door rechtbank) gedeeltelijk opgaf.
aanvulling door rechtbank) heeft gedaan, waarmee zij tussen de € 20,- en € 80,- per maand heeft verdiend. Vanaf januari 2014 heeft zij opgegeven dat zij oppaswerk bij [voornaam van getuige 4] ( [getuige 4] ,
aanvulling door rechtbank) heeft gedaan, waarmee zij tussen de € 20,- en € 90,- per maand verdiende. Daarnaast heeft zij soms ook ontvangen cadeaus opgegeven.
aanvulling door rechtbank) verdiende gedeeltelijk opgaf, waaruit de rechtbank afleidt dat eiseres wist dat zij zich niet aan haar inlichtingenplicht hield. Verweerder heeft zich derhalve terecht op het standpunt gesteld dat op grond van de getuigenverklaringen de conclusie gerechtvaardigd is dat eiseres over de gehele te beoordelen periode de op haar rustende inlichtingenplicht heeft geschonden.