Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 juni 2018 in de zaak tussen
de Nederlandse Omroep Stichting, te Hilversum, eiseres
de Minister van Financiën, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
- bezien of stukken onder hem berusten die betrekking hebben op andere sanctieregimes dan die tegen Oekraïne en Rusland;
- motiveren op welke grond de weglakkingen in de openbaar gemaakte notities berusten;
- overige notities openbaar maken of motiveren welke grond zich daartegen verzet;
- onderzoeken of er nog documenten zijn die binnen de reikwijdte van deel 2 van het Wob-verzoek vallen;
- het Wob-verzoek voor zover dat betrekking heeft op de controle van sancties doorzenden aan het bestuursorgaan dat belast is met deze taak.
Stukken die betrekking hebben op andere sanctieregimes
Motivering weglakkingen in de openbaar gemaakte notities
Dit gebrek heeft verweerder dus ook niet volledig hersteld.
Overige notities
Verweerder heeft een notitie van 8 mei 2014 “Sancties Oekraïne – omgang met bevroren belangen in Nederland” volledig geweigerd op grond van artikel 10g van de Sanctiewet, subsidiair artikel 10, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wob. Verweerder is van mening dat het weglakken van de naam van de onderneming en het andere land geen soelaas biedt om herleidbaarheid te voorkomen. De rechtbank volgt verweerder hierin niet. Artikel 10g van de Sanctiewet is op dit document niet van toepassing, omdat geen sprake is van gegevens en inlichtingen die omtrent afzonderlijke ondernemingen, instellingen of personen zijn verstrekt of zijn verkregen en gegevens en inlichtingen die van een instantie als bedoeld in artikel 10h zijn ontvangen. Verder valt naar het oordeel van de rechtbank ook niet in te zien hoe de betrekkingen van Nederland met het andere EU-land stroever zouden gaan verlopen als, na weglakking, niet langer herleidbaar is om welk land en welke onderneming het gaat in deze notitie. Bovendien bevat de notitie ook passages die niet specifiek zien op de onderneming. De weigering tot openbaarmaking van deze notitie is onvoldoende gemotiveerd.
De notitie “Ontwikkelingen sancties tegen Rusland” ten behoeve van de ER op 27 mei 2014 met bijlage “Aantekening sancties Rusland” heeft verweerder gedeeltelijk openbaar gemaakt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder voldoende gemotiveerd dat het belang van de betrekkingen met andere staten en organisaties zich verzet tegen openbaarmaking van de op deze grond weggelakte passages, omdat in de notitie vrijelijk en open wordt gesproken over de verschillende posities en economische belangen van andere landen. Verder heeft verweerder terecht enkele zinnen weggelakt, omdat zij een persoonlijke beleidsopvatting bevatten opgesteld ten behoeve van intern beraad.
De notitie aan de minister “Sancties Oekraïne – RBZ 23 juni 2014” van 16 juni 2014 heeft verweerder openbaar gemaakt met uitzondering van één passage met een beroep op artikel 11, eerste lid, van de Wob. De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat deze passage een persoonlijke beleidsopvatting bevat opgesteld ten behoeve van intern beraad. Verweerder heeft openbaarmaking van deze passage op die grond dus kunnen weigeren.
De notitie aan de directeur Financiële Markten over sancties ten aanzien van Oekraïne van 16 december 2014 heeft verweerder geweigerd op grond van artikel 10 (de rechtbank begrijpt: artikel 10g) van de Sanctiewet. Naar het oordeel van de rechtbank valt de notitie op zichzelf niet onder de reikwijdte van artikel 10g van de Sanctiewet. Voor zover de notitie gegevens of inlichtingen bevat die wel onder de reikwijdte van dit artikel vallen, kan verweerder deze informatie weglakken. Zonder nadere motivering valt naar het oordeel van de rechtbank niet in te zien dat daarmee de herleidbaarheid niet weggenomen kan worden.
Onderzoek naar documenten die binnen de reikwijdte van deel 2 van het Wob-verzoek vallen
Het Wob-verzoek voor zover dat betrekking heeft op de controle van sancties doorzenden aan het bestuursorgaan dat belast is met deze taak
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten 1 en 2 voor zover de gebreken niet zijn hersteld;