ECLI:NL:RBMNE:2018:3320
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening en terugvordering WAO-uitkering wegens inkomsten uit hennepkwekerijen
Eiser ontvangt sinds 1995 een WAO-uitkering en toeslag. Verweerder heeft op basis van politieonderzoek en een rapport vastgesteld dat eiser in twee periodes (februari-augustus 2006 en augustus 2009-maart 2012) werkzaamheden verrichtte voor hennepkwekerijen en inkomsten genoot die niet zijn gemeld. Hierdoor is eiser minder dan 15% arbeidsongeschikt en heeft hij onverschuldigd WAO-uitkering ontvangen.
Eiser betwist de hoogte van de inkomsten en de aanvang van de werkzaamheden, verwijzend naar lagere bedragen in strafrechtelijke procedures en tegenstrijdige gegevens over de periode 2009-2012. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht is uitgegaan van eisers eigen verklaringen aan de politie en het onderzoeksrapport. De lagere bewijseisen in bestuursrechtelijke procedures maken dat de strafrechtelijke ontnemingsbedragen niet doorslaggevend zijn.
Eiser stelt dat de terugvordering verjaard is en in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel, omdat verweerder pas in 2015 melding ontving van de politie. De rechtbank stelt vast dat verweerder niet eerder op de hoogte was en dat de verjaringstermijn daarom niet is overschreden. Ook is de redelijke termijn niet overschreden en is de terugvordering niet onredelijk. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van onverschuldigde WAO-uitkering wordt bevestigd.