Eiseres ontvangt sinds 2001 een Wajong-uitkering vanwege volledige arbeidsongeschiktheid door CVS en gynaecologische klachten. Na een herbeoordeling op grond van de gewijzigde Wajong is haar uitkering verlaagd naar 70% van het minimumloon, omdat verweerder meent dat zij mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft.
De rechtbank beoordeelt de medische rapporten waarop dit besluit is gebaseerd en constateert dat eiseres onvoldoende gelegenheid heeft gehad om haar standpunt met nieuw medisch bewijs te onderbouwen. Dit komt mede doordat zij geen behandelend arts heeft voor haar CVS en niet de financiële middelen om zelf een deskundige in te schakelen.
Hierdoor is het beginsel van equality of arms geschonden, wat het recht op een eerlijk proces aantast. De rechtbank besluit daarom de bewijsnood van eiseres te compenseren door een onafhankelijke verzekeringsarts als deskundige te benoemen.
Partijen worden schriftelijk geïnformeerd over het vervolg en krijgen de gelegenheid om te reageren op de conceptvraagstelling en het deskundigenbericht. Tot die tijd worden verdere beslissingen aangehouden, waaronder over proceskosten en griffierecht.
Deze tussenuitspraak is gedaan door rechter K. de Meulder op 9 augustus 2018 en is een belangrijke stap in de procedure rondom de herbeoordeling van de Wajong-uitkering van eiseres.