ECLI:NL:CRVB:2019:810
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellant was sinds 2010 arbeidsongeschikt en ontving een WGA-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 19 augustus 2015 na medisch en arbeidsdeskundig onderzoek dat een arbeidsongeschiktheid van 0% vaststelde. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn psychische klachten onvoldoende waren meegewogen en dat een onafhankelijk psychiatrisch onderzoek noodzakelijk was, mede vanwege financiële beperkingen. Hij verwees naar jurisprudentie en medische stukken die zijn situatie zouden onderbouwen.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij alle relevante medische informatie was betrokken. Er was geen sprake van schending van het equality of arms-beginsel, omdat appellant voldoende gelegenheid had gehad medische stukken in te dienen. De inhoudelijke beoordeling van de verzekeringsarts werd onderschreven, waarbij ook het medicijngebruik en de diabetes mellitus geen aanleiding gaven tot aanvullende beperkingen.
De arbeidsdeskundige had vastgesteld dat appellant in staat was de geselecteerde voorbeeldfuncties te verrichten, wat leidde tot een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot beëindiging van de WGA-uitkering per 19 augustus 2015.