Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 9 augustus 2018 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Over eisers verzoek om verwijdering of afscherming op grond van artikel 26 van Pro de Wjsg (verzet) heeft de rechtbank in haar tussenuitspraak overwogen dat verweerder in de psychische gesteldheid van eiser en de omstandigheid dat hij emotioneel gebukt gaat onder de registratie geen aanleiding heeft hoeven zien om de registratie uit de justitiële gegevens te verwijderen of af te schermen. Ook eventuele toekomstige omstandigheden, zoals een adoptie of een promotietraject in de Verenigde Staten, kunnen naar het oordeel van de rechtbank geen bijzondere omstandigheden opleveren. Hetzelfde geldt voor de wijze waarop de transactie tot stand is gekomen en de reactie van de hoofdofficier.
De rechtbank heeft verder overwogen dat zij evenwel van oordeel is dat verweerder onvoldoende inzicht heeft gegeven in de wijze waarop de overige criteria zijn beoordeeld en op welke wijze deze tegen elkaar zijn afgewogen. Zo heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gemotiveerd dat eiser geen specifieke opleiding heeft genoten en dat door hem niet meer dan normale carrièrehinder wordt ondervonden. Niet duidelijk is of en op welke wijze verweerder heeft meegewogen dat eiser, in verband met zijn vervolgopleiding tot [functie] , regelmatig een nieuwe VOG zal moeten aanvragen in verband met de verschillende stages die onderdeel uitmaken van deze opleiding. Verder is de rechtbank van oordeel dat verweerder onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt op welke wijze hij de ernst van het delict heeft beoordeeld. Ook heeft verweerder onvoldoende inzichtelijk gemaakt op welke wijze de ernst van het delict, wat binnen het scala van delicten onder deze strafrechtelijke kwalificatie mogelijk als gering ernstig delict kan worden aangemerkt, is afgewogen tegen de leeftijd van eiser ten tijde van het delict, het tijdsverloop sinds het delict, de wijze van afdoening door het Openbaar Ministerie (OM) en de omstandigheid dat er geen andere delicten in de justitiële documentatie van eiser zijn vermeld. Niet duidelijk is, dat als wordt gekeken naar de leeftijd van eiser ten tijde van het delict, welk gewicht dan wordt toegekend aan de omstandigheid dat eiser minderjarig was afgezet tegen de ernst van het delict. Ook is niet duidelijk op welke wijze verweerder de leeftijd van eiser ten tijde van het delict heeft afgezet tegen het tijdsverloop sinds het delict en de omstandigheid dat de registratie in dit geval 80 jaar zal worden bewaard.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de omstandigheden dat de wijze van afdoening licht was en dat eiser geen overige registraties heeft in de justitiële documentatie, onvoldoende gewicht in de schaal leggen. Deze omstandigheden spreken in eisers voordeel, maar afgezet tegen de ernst van het delict, mede gerelateerd aan eisers leeftijd ten tijde van het delict, het relatief geringe tijdsverloop en het ontbreken van bovenmatige carrièrehinder, heeft verweerder zich op het standpunt mogen stellen dat geen sprake is van bijzondere persoonlijke omstandigheden die er in verhouding tot het zwaarwegende belang van een goede (straf)rechtspleging toe zouden moeten leiden dat het verzet gerechtvaardigd had moeten worden geacht en tot gevolg zou moeten hebben dat de registratie verwijderd dan wel afgeschermd zou moeten worden.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;