ECLI:NL:RBMNE:2018:423
Rechtbank Midden-Nederland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot schorsing concurrentiebeding na reorganisatie
De werknemer trad sinds 1998 in dienst bij Chubb en was sinds 2009 Hoofd Proposal & Engineering. In 2009 sloten partijen een concurrentiebeding. Na een reorganisatie in 2017 veranderde zijn functie, waarna hij per 1 januari 2018 in dienst trad bij concurrent Saval. Hij vorderde in kort geding schorsing van het concurrentiebeding.
De rechtbank oordeelde dat de reorganisatie niet leidde tot een zwaardere druk van het concurrentiebeding, mede omdat de functie-inhoudelijke wijzigingen beperkt waren en het loon gelijk bleef. Ook was onvoldoende aannemelijk dat werknemer gerechtvaardigd mocht vertrouwen dat Chubb het beding niet zou handhaven.
De belangenafweging wees uit dat het belang van Chubb bij bescherming van bedrijfsgeheimen en bedrijfsdebiet zwaarder woog dan het belang van werknemer, die geen significante positieverbetering bij Saval had. De vorderingen tot schorsing en vergoeding werden afgewezen. In reconventie werd werknemer veroordeeld tot nakoming van het concurrentiebeding en verboden werkzaamheden voor Saval te verrichten.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van het concurrentiebeding wordt afgewezen en werknemer wordt veroordeeld tot nakoming van het beding en verboden werkzaamheden voor concurrent te verrichten.