ECLI:NL:RBMNE:2018:5534
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen in eerste spoor
Eiseres werd geconfronteerd met een loonsanctie opgelegd door het UWV wegens vermeende onvoldoende re-integratie-inspanningen in het eerste spoor voor haar ex-werknemer, die arbeidsongeschikt was geworden en van wie het dienstverband was beëindigd. Na bezwaar en beroep handhaafde verweerder de loonsanctie omdat de re-integratie-inspanningen onvoldoende toetsbaar waren onderbouwd.
De rechtbank stelde vast dat de arbeidsdeskundige rapporten van eiseres onvoldoende inzicht boden in de herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie. Er was enkel een beschrijving van openstaande vacatures, zonder een volledige inventarisatie en beoordeling van passende functies. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de loonsanctie handhaafde, omdat eiseres niet had aangetoond dat er geen mogelijkheden waren in het eerste spoor.
Eiseres voerde aan dat verweerder contact had moeten opnemen met een ingeschakelde organisatie en dat er sprake was van een deugdelijke grond voor het niet volledig benutten van het eerste spoor. De rechtbank verwierp deze argumenten, stellende dat de werkgever verantwoordelijk blijft voor de re-integratie en dat het beleid van verweerder conform de Werkwijzer Poortwachter en beleidsregels was toegepast.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat er geen aanleiding is voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen in het eerste spoor.