Eiser verzocht het college van burgemeester en wethouders van Utrecht om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) met betrekking tot bouwaanvragen (EPC) en klachten over een eetcafé. Verweerder stelde dat de gevraagde informatie reeds openbaar was en dat de Wob niet van toepassing was. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar tegen het niet-besluiten over de EPC-informatie terecht niet-ontvankelijk was omdat het verzoek betrekking had op reeds openbaar gemaakte informatie, waardoor geen besluit in de zin van de Awb was genomen.
Voor het verzoek over het eetcafé stelde de rechtbank vast dat de informatie over klachten en akoestische gegevens in het geautomatiseerde systeem Squit aanwezig was en openbaar kon worden ingezien. Verweerder werd verzocht deze stukken daadwerkelijk aan eiser te verstrekken. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover het betrekking had op het eetcafé wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Awb, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat de gebreken waren hersteld.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiser en het betaalde griffierecht. Het hoger beroep tegen deze uitspraak kan worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.