Eiseres was werkzaam als productiemedewerker en meldde zich ziek in maart 2013. Na een wachttijd werd zij in aanmerking gebracht voor een WIA-uitkering. Verweerder beëindigde deze uitkering omdat eiseres volgens medische en arbeidskundige rapporten minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Eiseres betwistte dit en voerde onzorgvuldigheid van het medisch onderzoek en onjuistheid van de arbeidskundige beoordeling aan.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd door een arts en een verzekeringsarts, waarbij ook dossierstudie en een hoorzitting plaatsvonden. De medische beoordeling werd als juist en begrijpelijk beschouwd, waarbij de klachten en beperkingen van eiseres adequaat waren vertaald in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Het verzoek tot inschakeling van een onafhankelijke deskundige werd afgewezen.
Ook de arbeidskundige beoordeling werd bevestigd. De functies die eiseres zou kunnen vervullen, vereisten opleidingsniveau 2, wat passend werd geacht gezien haar werkervaring en opleiding. De rechtbank vond geen reden om te twijfelen aan de geschiktheid van deze functies binnen de vastgestelde beperkingen.
Uiteindelijk werd geconcludeerd dat de WIA-uitkering terecht per 6 februari 2018 is beëindigd vanwege een arbeidsongeschiktheid van 22,1%. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling of schadevergoeding toegewezen.