Eiser, eigenaar van een jachthaven, kreeg een last onder dwangsom opgelegd door het college van burgemeester en wethouders vanwege vermeende overtredingen van het bestemmingsplan, waaronder het plaatsen van een opslagcontainer voor gevaarlijke stoffen en het opslaan van diverse materialen op gronden met de bestemming Natuurgebied en Water met natuur- en landschapswaarde.
De rechtbank oordeelt dat het convenant tussen eiser en de gemeente geen bijzondere omstandigheden oplevert die handhaving uitsluiten. Ook is er geen concreet zicht op legalisatie van de overtredingen, omdat omgevingsvergunningen nog niet zijn verleend en onvoldoende concreet zijn onderbouwd. De rechtbank vernietigt het besluit voor zover het betrekking heeft op de opslagcontainer, de vage omschrijving van 'alle materialen', stelconplaten, autowrakken en opgeslagen goederen, alsmede de last tot herstel van de gronden, vanwege strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en onvoldoende motivering.
Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen na nader onderzoek naar de vergunningvrijheid en legalisatiemogelijkheden van de opslagcontainer en de bereikbaarheid van de woonboot. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.