ECLI:NL:RBMNE:2019:104
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opzegging arbeidsovereenkomst door werknemer bevestigd in e-mail
De werknemer trad op 25 april 2018 in dienst bij de werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met een proeftijdbeding en een arbeidsomvang van 0 uren. De werkgever stelde op 28 mei 2018 schriftelijk dat de arbeidsovereenkomst tijdens de proeftijd was beëindigd per 24 mei 2018. De werknemer reageerde dezelfde dag met een e-mail waarin zij bevestigde de arbeidsovereenkomst mondeling op 27 mei 2018 te hebben beëindigd vanwege een onprettige werksituatie.
De werknemer vorderde betaling van achterstallig loon, vakantiegeld en reiskosten tot het einde van de arbeidsovereenkomst op 25 april 2019. De werkgever voerde verweer dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig tijdens de proeftijd was opgezegd en dat de werknemer zelf ook had opgezegd. De kantonrechter hoefde niet te beoordelen of de werkgever de arbeidsovereenkomst had opgezegd, omdat vaststond dat de werknemer zelf de overeenkomst had opgezegd.
De kantonrechter volgde de jurisprudentie dat een opzegging duidelijk en ondubbelzinnig moet zijn. De e-mail van de werknemer werd als een ondubbelzinnige bevestiging van haar mondelinge opzegging gezien. De vorderingen voor loon na 27 mei 2018 werden afgewezen. Ook de vorderingen voor het vermeende tekort en reiskosten werden afgewezen omdat de werknemer deze niet had onderbouwd. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst is geëindigd op 27 mei 2018 door opzegging van de werknemer en de loonvorderingen na die datum worden afgewezen.