Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 27 mei 2019 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
[verweerder] , verweerder
Procesverloop
.
Overwegingen
Op 23 maart 2017 heeft eiser zijn werk hervat en is hij bij de bedrijfsarts geweest. De bedrijfsarts heeft eiser geadviseerd om weer te starten voor 50% in eigen werk.
16 maart 2017 (zie onder 1.6), eiser de disciplinaire maatregel van een geldboete ter hoogte van 1% van zijn salaris en inhouding van 36 uren verlofuren opgelegd.
19 juli 2017 het primaire besluit genomen. Hierin heeft verweerder als subsidiaire ontslaggrond aangevoerd ‘ongeschiktheid voor de functie’. In het bestreden besluit heeft verweerder de subsidiaire ontslaggrond niet gehandhaafd, zodat deze verder buiten beschouwing wordt gelaten.
.
(a) welke gedragingen worden de ambtenaar verweten?
(b) heeft de ambtenaar deze gedragingen verricht?
(c) zijn de gedragingen aan te merken als plichtsverzuim?
(d) zijn de gedragingen de ambtenaar toe te rekenen?
(e) is de op te leggen straf evenredig aan het plichtsverzuim?
Beslissing
mr. J. Woestenburg, leden, in aanwezigheid van mr. L.Y. Wong, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2019.