Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het verloop van de procedure
‘last mile’genoemd. Naar algemeen wordt aangenomen gaat het op dit traject om gekwalificeerd, arbeidsintensief en risicovol werk.
Rechtbank Midden-Nederland
De ondernemingsraad van DB Cargo Nederland N.V. verzocht de kantonrechter om te verklaren dat DB Cargo verplicht was advies te vragen over het besluit om de bediening van een spoortraject tijdelijk uit te besteden aan Rail Force One. De ondernemingsraad stelde dat het besluit adviesplichtig was op grond van artikel 25 WOR Pro of op basis van een bovenwettelijk adviesrecht. DB Cargo betwistte dit en voerde ook dat het verzoek niet-ontvankelijk was wegens termijnoverschrijding en gebrek aan belang.
De kantonrechter oordeelde dat de ondernemingsraad ontvankelijk was, omdat geen beroep bij de Ondernemingskamer was ingesteld binnen de termijn. Vervolgens werd inhoudelijk beoordeeld of het besluit adviesplichtig was. De kantonrechter stelde vast dat er geen sprake was van een duurzame samenwerking, belangrijke wijziging in organisatie of werkzaamheden die adviesplichtig zou maken. De tijdelijke uitbesteding betrof een kleine fractie van de werkzaamheden en personeel, en de overeenkomst was tijdelijk met terugkeer naar de oude situatie.
De ondernemingsraad voerde aan dat uit de praktijk van eerdere adviesaanvragen een gedragslijn volgde dat ook dit besluit adviesplichtig was. De kantonrechter vond dat de voorbeelden onvoldoende vergelijkbaar waren en dat er geen schriftelijke overeenkomst bestond die bovenwettelijke adviesrechten toekende. De kantonrechter concludeerde dat het verzoek moest worden afgewezen en dat geen proceskostenveroordeling plaatsvond.
Uitkomst: Het verzoek van de ondernemingsraad wordt afgewezen; DB Cargo was niet verplicht advies te vragen over de tijdelijke uitbesteding aan Rail Force One.