ECLI:NL:RBMNE:2019:3572
Rechtbank Midden-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens overlijden eiser en ontbreken procesbelang
De zaak betreft een beroep tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Bilt tot afwijzing van een aanvraag om tegemoetkoming in geleden planschade. Mevrouw A, de oorspronkelijke belanghebbende, was op het moment van het instellen van het beroep reeds overleden. Desondanks heeft de gemachtigde, eiser, het beroep pro forma en met aanvullende gronden ingesteld namens mevrouw A zelf, zonder de erven te noemen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat het niet mogelijk is om namens een overleden persoon beroep in te stellen. De gemachtigde heeft het beroep niet namens de erven ingesteld en de identiteit van de erven is pas na afloop van de beroepstermijn aan de rechtbank bekendgemaakt. Dit is in strijd met vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die stelt dat dergelijke verzuimen niet herstelbaar zijn.
De rechtbank wijst het verweer van eiser af dat een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een andere uitkomst zou rechtvaardigen, omdat in die zaak de identiteit van de belanghebbende binnen de beroepstermijn uit de bijlagen kon worden afgeleid, wat hier niet het geval was.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om binnen zes weken hoger beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het overlijden van eiseres en het ontbreken van procesbelang.