Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
2 juli 2013
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Het geschil, de standpunten en conclusies van partijen
4.Beoordeling van het geschil
5.Kosten
6.Beslissing
2 juli 2013.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende stelde beroep in tegen de vastgestelde WOZ-waarden van drie onroerende zaken in Veenendaal en tegen de toegekende proceskostenvergoeding. De rechtbank had deze beroepen niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn en onduidelijkheid over de indiener.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat het beroepschrift tijdig en namens hem was ingediend, wat het hof bevestigde. Het hof oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de beroepen niet-ontvankelijk had verklaard en besloot de zaak niet terug te wijzen naar de rechtbank omdat partijen een inhoudelijke beoordeling wensten.
Het hof stelde de waarde van één onroerende zaak vast op €159.000, bevestigde de waarde van de andere twee, en kende een proceskostenvergoeding toe van €963,70 voor de bezwaarfase. Daarnaast veroordeelde het hof de heffingsambtenaar in de kosten van beroep en hoger beroep en gelastte vergoeding van griffierechten.
De uitspraak werd gedaan door mr. A.J.H. van Suilen, mr. C.M. Ettema en mr. B.F.A. van Huijgevoort op 2 juli 2013 te Arnhem.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ontvankelijk, vermindert de WOZ-waarde van één onroerende zaak tot €159.000 en wijst proceskosten toe aan belanghebbende.