Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
daardoorniet of onvolkomen in staat was zijn wil omtrent seksuele handelingen te bepalen of kenbaar te maken en daartegen weerstand te bieden én
wistvan die geestestoestand en het daaruit voortvloeiende wilsgebrek, dan wel dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat daarvan sprake was (zogenaamd voorwaardelijk opzet).
medeonder invloed van de feitelijke afhankelijkheidsrelatie waarin zij verkeerde is overgegaan tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen (ECLI:NL:HR:2018:1013). Dat er daarnaast wellicht ook andere factoren een rol hebben gespeeld – zoals wederzijdse verliefdheid of mogelijk zelfs seksuele aantrekkingskracht en nieuwsgierigheid aan de kant van [voornaam van slachtoffer 1] – doet aan de strafbaarheid van het gedrag van verdachte niet af. De strafbaarstelling van zedendelicten waarbij minderjarigen zijn betrokken is immers in de eerste plaats gericht op de bescherming van die minderjarigen. Dit geldt te meer indien, zoals in casu, sprake is van een kwetsbaar minderjarig meisje als gevolg van een lage intelligentie in combinatie met autisme, van welke beperkingen verdachte op de hoogte was.
- het proces-verbaal van bevindingen, betreffende het forensisch onderzoek naar wapens en munitie d.d. 11 juni 2019;
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 25 juli 2019.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
- een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte d.d. 18 juni 2019, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.
- een reclasseringsadvies van 23 juli 2019, opgemaakt door [C] , reclasseringswerker.
- een Pro Justitia Rapportage betreffende psychologisch onderzoek d.d. 21 juli 2019, opgemaakt door N. van der Weegen, psycholoog.
- Een Pro Justitia Rapportage betreffende psychiatrisch onderzoek d.d. 23 juli 2019, opgemaakt door [D] , arts in opleiding tot psychiater (supervisor M.A. Westerborg, forensisch psychiater).
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
gevangenisstrafvan
18(
achttien) maanden;
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 1.941,35;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf19 januari 2019 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat