De werknemer is sinds 1999 in dienst bij de werkgever en werkzaam als afdelingsverantwoordelijke verkoop. Op 4 augustus 2019 ontstond een incident waarbij de werknemer met een zware hamer een collega sloeg of zwaaide, wat werd vastgelegd op camerabeelden. De collega deed aangifte van mishandeling. De werkgever schortte de werknemer op en verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar handelen.
De werknemer voerde verweer en stelde dat hij zich verdedigde tegen provocerend gedrag van de collega. Hij verzocht om opheffing van de schorsing en wedertewerkstelling, en bij ontbinding om toekenning van een transitievergoeding en billijke vergoeding.
De kantonrechter oordeelde dat de werknemer de grens van het toelaatbare had overschreden door met een zware hamer een slaande beweging te maken, ongeacht provocaties van de collega. Gezien de ernst van het handelen is ontbinding van de arbeidsovereenkomst gerechtvaardigd. Vanwege het langdurige dienstverband en omstandigheden kende de rechter een gedeeltelijke transitievergoeding toe (50%). Het verzoek tot wedertewerkstelling en billijke vergoeding werd afgewezen. De arbeidsovereenkomst eindigt per 1 januari 2020.