Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 oktober 2019 in de zaak tussen
[eiser] (eiser) en [eiseres] (eiseres), te [woonplaats] , eisers
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Soest, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
10 september 2018 (toekenningsbesluit) heeft verweerder eisers met ingang van 31 oktober 2017 bijstand toegekend tot een bedrag van € 1.221,40 per maand. In dat verband heeft verweerder op 21 september 2018 een bedrag van € 11.395,94 aan eisers uitbetaald. Op 27 september 2018, 26 oktober 2018 en 27 november 2018 heeft verweerder aan eisers een bedrag van € 1.098,12 per maand aan bijstand betaald. Van deze betalingen zijn uitkeringsspecificaties aan eisers verstrekt. Op de toegekende bedragen heeft verweerder maandelijks een bedrag van 6% ingehouden, als verrekening van de terugvordering van een eerdere onterecht verleende bijstandsuitkering.
Daarnaast hebben eisers verweerder verzocht om de ingehouden bedragen - met betrekking tot de periode 31 oktober 2017 tot en met 30 november 2018 – op hun rekening terug te storten.