Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 maart 2020 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Op 22 september 2018 hebben twee controleurs een buurtonderzoek gedaan. De bewoonster van huisnummer [huisnummer] verklaarde dat op het brp-adres een gezin woont bestaande uit een man, vrouw en drie kinderen. De bewoonster verklaarde dat er normaal burencontact is met de bewoners van het brp-adres en dat zij de namen [A] en [eiseres] niet kende. Verder verklaarde zij nooit een jongvolwassene als bewoner van het brp-adres te hebben gezien. De bewoner van huisnummer [huisnummer] verklaarde desgevraagd niets te weten over de gezinssamenstelling op het brp-adres. Op het aanbellen van de controleurs op de huisnummers [huisnummers] werd niet gereageerd.
Eiseres is het met het bestreden besluit niet eens. Op wat zij heeft aangevoerd wordt hieronder ingegaan.
Mochten de controleurs het brp-adres betreden?
nietop het brp-adres woonde ten tijde van de controle. De rechtbank merkt hierbij op niet elk tijdelijk verblijf op een ander adres betekent dat iemand niet (meer) op het brp-adres woont. De rechtbank zal hierna uitleggen wat dit in deze zaak betekent.
Eiseres heeft tijdens de controle een verklaring gegeven die er op neer komt dat zij tijdelijk niet op het brp-adres verblijft, maar binnen een afzienbare periode weer terugkeert. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft eiseres een onderzoeksrapportage van 21 augustus 2018 van L.J. Berkhout, psycholoog in opleiding tot GZ-psycholoog en L.E. van Wonderen-Werkhoven, GZ-psycholoog overgelegd (het intakeverslag). Daarnaast heeft eiseres een aantal afdrukken van foto’s overgelegd, met metadata waaruit volgens haar blijkt dat deze op het brp-adres zijn genomen. Ook heeft zij twee facturen en een foto van een postpakket, waarop haar naam en het brp-adres zijn vermeld, overgelegd. Ten slotte heeft eiseres elf schriftelijke getuigenverklaringen overgelegd.
Het is in dit geval echter de vraag of daarmee, in het licht van de verklaring van eiseres zoals zij die onmiddellijk – tijdens de controle – gaf en daarna heeft herhaald en onderbouwd, (in bewijsrechtelijke zin) voldoende
aannemelijkis gemaakt dat zij niet op het brp-adres woonde
.Daarvoor moest verweerder naar het oordeel van de rechtbank meer onderzoek doen naar de vraag of eiseres door tijdelijk elders te verblijven ook haar hoofdverblijf heeft verplaatst, in dit geval van het brp-adres naar het adres van haar ouders.
Verweerder heeft dat niet gedaan en eiseres heeft vervolgens bovendien een nadere onderbouwing gegeven van haar stellingen.
nietop het brp-adres woonde.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
- herroept het primaire besluit van 7 november 2018;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 47,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.050,-.