ECLI:NL:CRVB:2015:2788
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening studiefinanciering wegens niet-woonachtig op geregistreerd adres
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap kende betrokkene studiefinanciering toe op basis van de norm voor een uitwonende studerende. Na een controle bleek dat betrokkene niet woonde op het geregistreerde adres in de gemeentelijke basisadministratie (gba). Op grond hiervan werd de studiefinanciering herzien naar de norm voor een thuiswonende studerende en werd het te veel betaalde bedrag teruggevorderd.
Betrokkene voerde aan dat hij ten tijde van het huisbezoek nog op het gba-adres woonde en dat hij pas later verhuisde vanwege ruzies met zijn broer. De rechtbank stelde echter vast dat de verklaring van de broer, die het huisbezoek begeleidde en verklaarde dat betrokkene sinds mei 2012 niet meer woonde op het adres, betrouwbaar was. De rechtbank beperkte de herziening tot de periode na mei 2012.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze beperking, terwijl betrokkene incidenteel hoger beroep instelde tegen de vaststelling dat hij niet woonde op het adres. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de oorspronkelijke verklaring van de broer betrouwbaar is en dat betrokkene onvoldoende onomstotelijk bewijs heeft geleverd om de herziening te beperken. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van de minister ongegrond, waarmee de herziening van de studiefinanciering vanaf 1 januari 2012 terecht is.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de herziening van de studiefinanciering blijft ongewijzigd.