Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 14 april 2020 in de zaak tussen
[eiser] te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
de voorzitter is verhinderd deze uitspraak
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser, eigenaar van een woning en een vletsloot met ligplaats, verzocht om vergoeding van planschade vanwege het verlies van ligplaatsen voor woonschepen door het bestemmingsplan 2012. Verweerder wees dit verzoek af na advies van SAOZ, die concludeerde dat er geen planologische verslechtering was ten opzichte van de oude bestemmingsplannen 2000 en 2009.
De rechtbank bevestigde dat verweerder terecht van het deskundigenadvies mocht uitgaan, aangezien dit op objectieve en inzichtelijke wijze was opgesteld. Eiser voerde aan dat fouten waren gemaakt bij eerdere bestemmingsplannen en dat de planvergelijking onjuist was, maar deze bezwaren werden niet gegrond verklaard. De rechtbank stelde vast dat de uitruil van het gehele bestemmingsvlak woonligplaats voor een woning geen verslechtering oplevert.
Tijdens de zitting werd toegelicht dat het bestemmingsvlak ‘WL’ in het oude plan bestond uit een samenstel van gebieden die overeenkwamen met de feitelijke situatie. De vermeende extra ligplaats viel binnen het uitgeruilde gebied. Eiser kon niet aantonen dat hij recht had op een afzonderlijke ligplaats binnen dit vlak.
De rechtbank wees het verzoek van eiser om een tegenrapport of aanhouding af, omdat er geen concrete aanwijzingen waren die twijfel zaaiden over het deskundigenadvies. Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit van verweerder tot afwijzing van de planschadevergoeding bekrachtigd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verzoek om vergoeding van planschade is ongegrond verklaard.