Uitspraak
[verzoeker 1] , te [woonplaats]
[verzoeker 2] , te [woonplaats]
[derde-partij], te [woonplaats] .
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoekers, eigenaar en huurder van percelen waar een houthandel wordt geëxploiteerd, werden geconfronteerd met handhavingsbesluiten van de gemeente Utrechtse Heuvelrug die hen verplichten de overtredingen binnen een begunstigingstermijn te beëindigen. De begunstigingstermijn werd door verweerder verkort van twee jaar naar zes maanden, wat aanleiding gaf tot bezwaar en beroep.
De rechtbank beoordeelde in een voorlopige voorziening of de verkorte termijn evident onrechtmatig was en of er sprake was van spoedeisend belang. De voorzieningenrechter oordeelde dat de verkorting in redelijkheid kon worden toegelicht en dat een termijn van twee jaar niet noodzakelijk was voor het beëindigen van de overtredingen. Tevens werd het spoedeisend belang erkend, maar het financieel belang van verzoekers bij het uitstellen van handhaving werd niet zwaarder geacht dan het handhavingsbelang van verweerder.
De rechtbank wees de verzoeken om voorlopige voorziening af, waardoor het handhavingstraject na twee weken kan worden voortgezet. De uitspraak werd gedaan zonder zitting vanwege de coronamaatregelen en is onherroepelijk.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening tegen de verkorting van de begunstigingstermijn zijn afgewezen.