ECLI:NL:RBMNE:2020:1907
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond op loopbaanpremie bij vrijwillige overstap naar niet substantieel bezwarende functie
Eiser was werkzaam in een substantieel bezwarende functie en vroeg om een arbeidsduurverkorting en later om toekenning van een loopbaanpremie op grond van de Tijdelijke regeling overstap naar een niet substantieel bezwarende functie. Verweerder verleende eervol ontslag en kende een loopbaanpremie toe op basis van het contractpercentage van 50% arbeidsduur.
Eiser maakte bezwaar tegen de hoogte van de loopbaanpremie en het ontslag, stellende dat hij onjuist was geïnformeerd en dat de berekening van de premie te laat was verstrekt, waardoor hij geen weloverwogen keuze kon maken. De rechtbank oordeelde dat eiser ontvankelijk was in zijn bezwaar, maar dat het beroep ongegrond is omdat geen sprake is van onjuiste toezeggingen of schending van het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank stelde vast dat de loopbaanpremie correct is berekend op basis van het contractpercentage van 50%, dat het ontslag op vrijwillige basis is aangevraagd en verleend, en dat verweerder geen verdere onderzoeksplicht had. Het beroep werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit over eervol ontslag en de hoogte van de loopbaanpremie wordt ongegrond verklaard.