Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
uw arbeidsongeschiktheidspensioen omlaag. U krijgt voortaan € 2.027,17 bruto per maand. (…)
3.Het geschil
in het incident:
in de hoofdzaak:
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een geschil tussen [eiseres] en ASR Nederland N.V. over de terugvordering van een teveel betaald arbeidsongeschiktheidspensioen. [Eiseres] was sinds 2000 deelnemer aan een pensioenregeling met een arbeidsongeschiktheidspensioen. Na een verlaging van haar WAO-klasse per 23 januari 2007 werd het pensioen te hoog uitgekeerd. ASR vorderde terugbetaling van het teveel betaalde bedrag over een periode van ruim 11 jaar.
De rechtbank oordeelt dat ASR bevoegd was het pensioen te verlagen en het teveel betaalde terug te vorderen. Verjaring speelt geen rol omdat ASR slechts over de laatste vijf jaar terugvordert. Het beroep op klachtplicht faalt omdat die niet van toepassing is op het niet doorgeven van een wijziging in arbeidsongeschiktheid aan een pensioenverzekeraar.
[Eiseres] kon zich niet beroepen op gerechtvaardigd vertrouwen, omdat de brief van ASR van 1 december 2006 geen rechtshandeling vormde en zij wijzigingen in arbeidsongeschiktheid had moeten melden. De rechtbank acht volledige terugvordering onaanvaardbaar wegens redelijkheid en billijkheid en wijst de helft van het bedrag toe, conform een eerder aanbod van ASR.
De vorderingen van [eiseres] om het pensioen ongewijzigd te laten en onverschuldigde betalingen niet terug te betalen worden afgewezen, behalve voor het bedrag boven de toegewezen helft. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: ASR mag de helft van het teveel betaalde arbeidsongeschiktheidspensioen terugvorderen, de rest niet.