ECLI:NL:RBMNE:2020:2032
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onduidelijkheid over vermogenspositie na verkoop onroerende zaken in Turkije
Eisers hebben meerdere aanvragen voor bijstand ingediend na intrekking van eerdere uitkeringen vanwege het niet melden van vermogen in de vorm van onroerende zaken in Turkije. Verweerder heeft de aanvragen telkens afgewezen wegens onvoldoende inzicht in het vermogen en de besteding van de verkoopopbrengsten van de woningen. Na onderzoek door het Internationaal Bureau Fraude-informatie (IBF) bleek dat de woningen op een hogere waarde waren getaxeerd dan door eisers opgegeven en dat zij daarnaast aandelen in landbouwgrond bezaten die niet waren gemeld.
Eisers stelden dat zij sinds beëindiging van de bijstand afhankelijk waren van leningen en dat het vermogen inmiddels was ingeteerd, maar konden dit niet met objectieve stukken onderbouwen. De rechtbank oordeelde dat de stukken onvoldoende duidelijkheid boden over de vermogenspositie en dat het IBF-rapport geen aanleiding gaf het standpunt van verweerder te wijzigen.
De rechtbank bevestigde dat verweerder terecht de aanvraag heeft afgewezen en dat het beroep ongegrond is. Tevens wees de rechtbank het verzoek om schadevergoeding af en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand is terecht afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over het vermogen van eisers.