Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 juni 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
meldingen/klachten die bij de gemeente Utrecht zijn binnengekomen en die een zaaknummer hebben beginnend met CHZ_KL-A14, CHZ_KLA-15, CHZ_KLA-16 en CHZ_KL-A17bevinden. Verder is de rechtbank duidelijk dat met een zoekterm een zoekopdracht of zogenoemde ‘query’ door verweerder kan worden uitgevoerd in de database, zodat bepaalde gegevens (
meldingen/klachtenmet zaak- of registratienummer
CHZ_KLA-15, CHZ_KLA-16e/of
CHZ_KL-A17) geselecteerd kunnen worden. De rechtbank maakt uit de uitleg van verweerder op dat het gaat om informatie, die tijdens normale werkzaamheden van de ambtenaren die met deze gegevens werken, zichtbaar is en bijvoorbeeld door middel van een schermafdruk verstrekt kan worden.
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb zelf in de zaak te voorzien. Het primaire besluit zal worden herroepen in zoverre hierbij is nagelaten de huisnummers van (horeca)bedrijven openbaar te maken. Omdat met het laatst overgelegde overzicht waarin onbetwist wél de huisnummers van (horeca)bedrijven zichtbaar zijn gemaakt het gebrek in het eerdere overzicht is hersteld, bepaalt de rechtbank dat verweerder dat overzicht op grond van de Wob openbaar moet maken. Hoewel eiser nog steeds een overzicht wenst waarin het aantal gegevens is teruggebracht tot de voor hem relevante informatie, was verweerder daar zoals eerder onder r.o. 10 is overwogen niet toe gehouden. Verweerder heeft alsnog de adresgegevens van (horeca)bedrijven met het overzicht openbaar gemaakt. Hierover heeft eiser verder ook geen inhoudelijke gronden aangevoerd. Verweerder heeft gelet op het verzoek met het in beroep aan eiser toegestuurde overzicht (alsnog) op een juiste wijze uitvoering gegeven aan de Wob.
Beslissing
.625
,-,