ECLI:NL:CRVB:2018:3110
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering toeslag wegens pensioenafkoop met schending inlichtingenplicht
Appellante ontving een toeslag op grond van de Toeslagenwet naast een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Het UWV herzag de toeslag en vorderde terugbetaling wegens niet gemelde inkomsten uit de afkoop van pensioen in 2008, 2010 en 2012. Tevens werd een boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenplicht.
Appellante maakte bezwaar tegen de besluiten, maar het UWV verklaarde het bezwaar tegen de herziening niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. De rechtbank vernietigde dit besluit deels, maar oordeelde dat het bezwaar tegen de herziening niet was ingediend. In hoger beroep stelde appellante dat het besluit verwarrend was en dat zij haar inlichtingenplicht niet had geschonden.
De Raad oordeelt dat het besluit wel een besluit is waartegen bezwaar mogelijk was en dat het bezwaar tijdig is ingediend, maar dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is vanwege de onduidelijkheid van het besluit. De schending van de inlichtingenplicht is vastgesteld en het UWV was bevoegd tot herziening en boeteoplegging. De boete is proportioneel. De Raad vernietigt de eerdere uitspraak, verklaart het beroep gegrond, en wijst de bezwaren ongegrond. Tevens wordt een schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de bezwaren van appellante tegen de herziening en boete ongegrond verklaard met toekenning van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.