Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.a
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 mei 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2020.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser maakte bezwaar tegen een brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 15 maart 2019 waarin werd meegedeeld dat een paspoortsignalering was opgenomen. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit zou zijn. De rechtbank bevestigt dit standpunt en overweegt dat een besluit een schriftelijke beslissing moet zijn die een publiekrechtelijke rechtshandeling inhoudt en een verandering in rechten, verplichtingen of bevoegdheden teweegbrengt.
De rechtbank stelt vast dat de brief van 15 maart 2019 geen dergelijke rechtsgevolgen heeft. De bevoegdheid tot verwijdering van een paspoortsignalering ligt bij de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en een registratie in het Register paspoortsignaleringen wordt niet als een besluit beschouwd. De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die dit bevestigen.
Eiser verwees naar een uitspraak over het landelijk kwaliteitsregister tolken en vertalers, maar de rechtbank oordeelt dat deze situatie niet vergelijkbaar is. Daar ging het om een situatie waarin een schriftelijke mededeling wel directe rechtsgevolgen had. In deze zaak is dat niet het geval.
De rechtbank concludeert dat de brief geen besluit is in de zin van de Awb, dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk werd verklaard en dat het beroep ongegrond is. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de brief geen besluit is en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk werd verklaard.