Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 1 juli 2020 in de zaak tussen
Adecco detachering B.V. te Tilburg, eiseres,
[derde-belanghebbende], te [woonplaats] .
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een loonsanctie opgelegd aan Adecco detachering B.V. wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen voor een werkneemster met chronische PTSS die na een intensief deeltijdbehandeltraject niet adequaat is begeleid in haar re-integratie.
De werkneemster was sinds november 2016 ziek gemeld en volgde tot juli 2018 een intensieve behandeling. Na afloop hiervan startte zij een nazorgtraject. Adecco betaalde het loon door gedurende de wettelijke wachttijd van twee jaar. Verweerder legde een loonsanctie op omdat de bedrijfsarts ten onrechte bleef uitgaan van geen benutbare re-integratiemogelijkheden na het behandeltraject.
Adecco voerde aan dat de loonsanctie niet aan de juiste werkgever was gericht en dat de korte periode na het behandeltraject onvoldoende grond gaf voor een sanctie. De rechtbank verwierp deze bezwaren en stelde vast dat de besluiten correct waren gericht en dat de bedrijfsarts onvoldoende medische onderbouwing gaf voor het ontbreken van re-integratiemogelijkheden.
De rechtbank oordeelde dat Adecco vanaf 7 augustus 2018 geen concrete re-integratiemogelijkheden heeft benut en dat de loonsanctie terecht is opgelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen.