ECLI:NL:RBMNE:2020:3207
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen intrekking bijstandsuitkering wegens niet tijdig aanleveren gegevens
Eiseres ontving een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet. Verweerder vroeg haar om aanvullende gegevens, waaronder betaalbewijzen van vliegtickets en bankafschriften, binnen een gestelde termijn aan te leveren. Eiseres leverde niet alle gevraagde gegevens tijdig aan, waardoor verweerder de uitkering opschortte en later introk.
Eiseres maakte bezwaar tegen de intrekking en overhandigde een verklaring van de SNS-bank waaruit bleek dat haar bankrekening niet meer werd gebruikt en geblokkeerd was. Verweerder verklaarde het bezwaar ongegrond en betrok deze verklaring niet bij zijn besluitvorming. Eiseres stelde dat de hersteltermijn onredelijk kort was en dat zij afhankelijk was van derden voor het verkrijgen van de gegevens.
De rechtbank oordeelde dat eiseres verwijtbaar in verzuim was omdat zij niet tijdig en adequaat had gereageerd op het verzoek om informatie. Ook was er geen bewijs dat de hersteltermijn onredelijk kort was. De stelling dat het opschortingsbesluit laat was ontvangen werd verworpen vanwege het ontbreken van bewijs. De verklaring van de SNS-bank, ingediend in bezwaar, kon geen betekenis krijgen omdat deze niet binnen de hersteltermijn was verstrekt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter G.P. Loman op 5 augustus 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bijstandsuitkering wegens niet tijdig aanleveren van gegevens is ongegrond verklaard.