ECLI:NL:CRVB:2018:1826
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet verstrekken gevraagde gegevens
Appellant ontvangt sinds 2003 bijstand en werd onderzocht na een anonieme tip over verblijf en werkzaamheden in het buitenland en handel in gestolen kleding. Het college vroeg om het oude paspoort en bankafschriften, maar appellant leverde deze niet volledig aan en haalde uitgaven op bankafschriften door.
Het college schortte de bijstand op en gaf hersteltermijnen, maar appellant voldeed hier niet aan. Het college trok de bijstand per 7 juli 2015 in wegens het niet verstrekken van de gevraagde gegevens. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het nieuwe paspoort volstond en dat doorhalingen op bankafschriften gerespecteerd moesten worden. De Raad oordeelde dat het oude paspoort noodzakelijk was voor controle verblijf in het buitenland en dat inzicht in de creditcarduitgaven essentieel was voor beoordeling van het recht op bijstand.
De Raad verwierp het verweer dat appellant niet tijdig de aangifte vermissing had overgelegd en dat het college hem niet hoefde te informeren over de fraudemelding. Ook werden alsnog ingediende stukken in hoger beroep niet meegenomen omdat appellant niet aannemelijk maakte dat tijdige verstrekking redelijkerwijs onmogelijk was.
De Raad bevestigde het besluit tot intrekking van de bijstand en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand per 7 juli 2015 wordt bevestigd vanwege het niet tijdig overleggen van het oude paspoort en volledige bankafschriften.