Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 1 september 2020 in de zaak tussen
[eiser 1], te [woonplaats] , eiser 1,
[eiser 2], te [woonplaats] , eiser 2,
Rechtbank Midden-Nederland
Eisers maakten bezwaar tegen onderhoudsverplichtingen opgelegd door het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden in de Legger oppervlaktewateren 2018. De rechtbank verwees in een tussenuitspraak naar een gebrek in de motivering en gaf verweerder de gelegenheid dit te herstellen.
Verweerder diende een aanvullende motivering in waarin verschillende onderhoudsopties werden afgewogen, waaronder onderhoud met een maaiboot. Hoewel verweerder stelde dat de maatschappelijke kosten van maaibootonderhoud hoger zouden zijn, werd dit niet inzichtelijk gemaakt. Eisers betoogden dat zij onevenredig worden belast zonder compensatie.
De rechtbank oordeelde dat verweerder weliswaar de voorgeschiedenis en belangen van eisers heeft betrokken, maar dat de belangenafweging niet volledig en evenredig is. Het nadeel voor eisers om zelf de kosten te dragen staat niet in verhouding tot het doel van kostenbeperking. Daarom is het besluit in strijd met artikel 3:4 Awb Pro en wordt het vernietigd. Verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen, met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende volledige en evenredige belangenafweging, en verweerder moet een nieuw besluit nemen.