ECLI:NL:RBMNE:2020:3832
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Verklaring Omtrent het Gedrag huisgenoot gastouder wegens recente strafrechtelijke veroordeling
Verzoeker, huisgenoot van een gastouder, vroeg een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aan. De Minister voor Rechtsbescherming wees deze af vanwege een strafrechtelijke veroordeling in België voor het telen van verdovende middelen en deelname aan een vereniging. Verzoeker stelde dat de pleegdatum buiten de terugkijktermijn viel en dat hij zich positief had ontwikkeld, maar de rechtbank oordeelde dat de veroordeling nog te recent was.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het objectieve criterium voor weigering was voldaan en dat de belangenafweging bij het subjectieve criterium zorgvuldig was gemaakt. De rechtbank vond dat de minister terecht het belang van de samenleving zwaarder had gewogen dan het belang van verzoeker bij afgifte van de VOG.
Verzoekers argumenten over het tijdsverloop, de wijze van afdoening van de strafzaak en zijn persoonlijke omstandigheden werden meegewogen, maar boden onvoldoende grond om de weigering te herzien. Ook het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Verzoeker werd vrijgesteld van griffierecht en de minister werd veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de VOG wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.