ECLI:NL:RVS:2019:1025
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing Verklaring Omtrent het Gedrag wegens fraudeverdenkingen
De minister weigerde op 9 november 2017 de aanvraag van appellant voor een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) vanwege registratie in het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) voor drie verdenkingen van fraude binnen de terugkijktermijn van vier jaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de afwijzing. Appellant stelde in hoger beroep dat de minister ten onrechte de inschrijvingsdatum in het JDS als peildatum voor het subjectieve criterium hanteerde in plaats van de pleegdatum van de feiten.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de minister het subjectieve criterium te strikt toepaste door alleen de inschrijvingsdatum in het JDS te gebruiken. Hoewel de minister erkende dat de pleegdatum een rol kan spelen, concludeerde de Afdeling dat de minister de afweging niet correct had gemotiveerd. Desondanks mocht de minister het belang van de samenleving zwaarder laten wegen vanwege de ernst en duur van de verdenkingen en de hoge integriteitseisen van de beoogde leidinggevende functie.
De Afdeling vernietigde het bestreden uitspraak en het besluit van 14 februari 2018, verklaarde het beroep gegrond, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Hiermee is de procedure beëindigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het besluit tot afwijzing van de VOG is vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.